Vrijgevochten GPV-biograaf Ewout Klei zoekt heil bij D66
‘Klein maar krachtig – dat maakt ons uniek’. Zo heet het proefschrift waarop Ewout Klei (1981) eerder dit jaar promoveerde aan de Theologische Universiteit Kampen. Het gaat over de geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). Zelf opgegroeid in een GPV-nest is Klei inmiddels actief binnen D66 waar hij de relatie tussen geloof en politiek op de agenda wil zetten.
Het GPV was decennialang de politieke afdeling van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt waarin Klei opgroeide. Maar met het GPV en diens opvolger de ChristenUnie, voelt hij zich niet verbonden. Hij is lid van D66. Iets wat hem, naar eigen zeggen, regelmatig schuine blikken oplevert.
‘Als je christen bent, dan stem je op een christelijke partij, denken veel mensen’, verzucht hij, als ik hem ontmoet op een zonnig terras in Zwolle. ‘Er wordt een enorme morele druk uitgeoefend in kerken en bij mensen onderling dat je op een christelijke partij stemt, ook al past dat niet bij je.’
Kronkel
Een lidmaatschap van D66 levert veel onbegrip op. ‘Sommige mensen vonden zelfs dat ik hierom niet mocht promoveren’, zegt hij. Hij wijst op het conservatieve weblog Eén in Waarheid dat negatief over hem publiceerde. Ook het Reformatorisch Dagblad zou zijn proefschrift negatief beoordeeld hebben omdat hij D66’er is. Het lijkt hem eerder te sterken dan te remmen. Zijn keuze is er één voor rechtvaardigheid en tegen discriminatie. Dat veel orthodox-protestanten zo tegen de partij zijn, bewijst dat zij nog steeds vooral voor zichzelf opkomen, vindt Klei, ‘heb uw naasten lief, zeggen ze, maar blijkbaar geldt dat alleen voor uw eigen naasten.’
Klei groeide op in het Groningse dorp Hoogkerk. ‘Echt een dorpse conservatieve sfeer.’ Hij ging naar een gereformeerd-vrijgemaakte school. ‘Dat hoorde zo. Het was allemaal heel beschermd.’ Als de ouders van Ewout op zijn twaalfde naar Zwolle verhuizen, verandert er niet veel: zijn middelbare school heeft opnieuw een gereformeerd-vrijgemaakte signatuur. Klei gaat twijfelen: ‘het begon met nadenken over de uitverkiezingsleer. Deze leer staat wat mij betreft haaks op het idee dat God liefde is, en kan slechts met een theologische kronkel worden uitgelegd.’ In het verlengde daarvan ging hij nadenken over waarom twee mannen of vrouwen die van elkaar houden niet zouden mogen trouwen, en waarom iemand die crepeert van de pijn niet over zijn eigen leven mag beslissen.
Liefdevolle wereld
In zijn studententijd begint hij zich politiek te oriënteren. Dit was eerst richting VVD, de partij waarop hij stemde toen hij dat voor het eerst mocht. ‘De VVD was toen dé liberale partij, en dat sprak me aan’. Een blauwe maandag was hij lid van de ChristenUnie-jongeren, ‘dat kwam door mijn sociale omgeving’. Uiteindelijk vond hij zijn heil bij D66. ‘Een echte liberale partij die staat voor alle vrijheid en rechtvaardigheid’.
Op de vraag of hij zichzelf nog als christelijk ziet, antwoordt Klei niet-wetend. ‘Ik weet niet precies of God bestaat. In dat opzicht zit ik tussen christen en agnost in.’ Inspiratie uit het geloof, dat haalt hij wel: vooral naastenliefde en rechtvaardigheid spreken hem aan. ‘Ik vind die punten echt de basis, een rechtvaardige en liefdevolle wereld. Ik ben hierin een beetje GroenLinks-achtig, eigenlijk’. Naar de kerk gaat Klei echter niet meer. ‘Het spreekt me gewoon niet meer aan.’
Paarse Wang
Klei blijft zijn religieuze achtergrond wel benadrukken. Klei is lid van De Linker Wang en een onlangs maakte hij via Twitter bekend dat hij binnen D66 een soortgelijke organisatie wil opzetten die Klei grinnikend ‘De Paarse Wang’ noemt. Het platform bestaat vooral om D66 van wat ‘intellectuele bezinning’ te voorzien en het openbaar debat aan te zwengelen. Hij benadrukt dat het platform uitgesproken seculier is, en dat het nietbedoelt is om D66 een religieus tintje te geven. ‘D66 is misschien wel de meest seculiere partij van Nederland, en daar zijn we trots op’.
Toekomst
Klei juicht toenadering tussen D66 en GroenLinks toe ‘Ik denk dat de partijen veel gemeen hebben. Ik denk dat veel D66’ers zich verbonden kunnen voelen met mensen als Ruard Ganzevoort en Dick Pels’. Of zo’n samenwerking op den duur zou kunnen leiden tot een fusie, zoals sommigen beweren, durft hij niet te zeggen. ‘Er zijn heel veel verschillen in partijcultuur’.
Als het gesprek op zijn einde loopt, benadrukt hij dat hij van veel dingen nog niet weet hoe ze zullen lopen. ‘Wat de toekomst brenge moge…’, zegt hij, memorerend aan het bekende christelijke lied, terwijl ik afscheid van hem neem.
Dit stuk verscheen in De Linker Wang (oktober 2011).
Vind ik leuk:
Wees de eerste om post te waarderen.