Een paar maanden geleden schreeuwde mijn hele (christelijke) omgeving moord en brand: de Tweede Kamer stond namelijk op het punt om in te stemmen met een verbod op onverdoofde slacht, en dit perkte de godsdienstvrijheid van joden en moslims ernstig in. Op dit moment is er in de Tweede Kamer een discussie gaande over het wel of niet instellen van een verbod op boerka’s en hoor ik 80% van Nederland klakkeloos instemmen, waaronder de mensen die een paar maanden geleden een inperking op de godsdienstvrijheid nog zo erg vonden.
Een boerka is ‘vrouwonderdrukkend’, wordt er gezegd; een vrouw geniet immers niet de vrijheid om te bepalen welke kleding zij draagt. Dit is natuurlijk twijfelachtig: immers, waarom zou een vrouw niet zelf kunnen kiezen voor het dragen van een boerka? Deze was oorspronkelijk immers bedoeld ter zelfbescherming: jezelf bedekken voorkomt dat mannen in de verleiding komen om zich aan je te vergrijpen. Daarnaast kan de vrouw het ook zien als een teken van gehoorzaamheid aan God, waardoor een verbod haar dus dwing om een zonde te begaan. Een aantasting van de vrijheid van godsdienst, dus, net als dat het geval was bij het verbod op onverdoofde slacht [1].
Echter, ik kan het me goed voorstellen dat het predicaat ‘vrouwonderdrukkend’ in veel gevallen wél opgaat: dat een vrouw een boerka draagt omdat het moet van haar echtgenoot of vader. Dit vind ik verschrikkelijk, en vind ik inderdaad iets waartegen wij, als Westerse maatschappij, moeten strijden. Een goede vraag die echter gesteld moet worden is wat een verbod in deze strijd eigenlijk uit zou halen. De mening van de echtgenoot of vader basseert hij op de Koran, en deze is voor hem dus goddelijk en heilig en daardoor automatisch belangrijker dan de wetten van de overheid. Als een boerka verboden is, is de implicatie voor zo’n man simpel: zijn vrouw of dochter mag niet in het zicht zijn van andere mannen, en als een boerka verboden is, dan moet ze maar gewoon thuis blijven.
Een boerka is een gevangenis, zei Tofik Dibi eens. Zo zie ik dat ook, maar het boerkaverbod brengt de islamitische vrouw van de ene gevangenis naar de andere. Als ze de boerka vrijwillig droeg, brengt het haar in de gevangenis van het niet (volledig) mogen belijden van haar religie en als ze de boerka onvrijwillig droeg, brengt het haar in de gevangenis van het uit het zicht blijven voor de buitenwereld. Van de regen in de drup.
Wat moeten wij dan wel doen om boerka’s en andere onderdrukkingsmiddelen uit ons land te krijgen? Simpel, nog meer de nadruk leggen op integratie. Moslims moeten weer onderdeel worden van Nederland, in plaats van dat zij de positie hebben van een tweederangs burger die zij op dit moment heeft, en steeds meer krijgt. Een dergelijke positie leidt tot radicalisering, een bekend principe in de psychologie die ik even kort zal uitleggen: als de in-group (hier: moslims in Nederland) wordt bedreigd (wat op dit moment gebeurt door hen als tweederangs burgers te behandelen) leidt dit tot verregaande loyaliteit van haar leden, wat zich uit in een grote nadruk op eigen tradities en gebruiken (hier: het dragen van een boerka). Dit probleem opheffen kan slechts door de in-group te verruimen: moslims moeten zich ‘burger van Nederland’ voelen, in plaats van ‘moslim in Nederland’, zodat de nadruk op de eigen tradities minder wordt. Deze verandering kan slechts plaatsvinden door verregaande integratie, en, misschien nog wel het belangrijkst, een hoop geduld.
Integratie en het gevoel een normaal en geaccepteerd burger te zijn, dát leidt tot de uitbanning van de gevangenis die de boerka heet; een verbod creëert slechts een nieuwe. Daarnaast roep ik op tot consistentie: een boerkaverbod ís een inperking van de vrijheid godsdienst, dus iedereen die met dit argument tegen het verbod op onverdoofde slacht was, dient ook tegen dit voorstel te zijn.
Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl:
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/boerkaverbod_brengt_vrouwen_van_de_ene_gevangenis_in_deandere/
UPDATE 21-09: The Guardian bericht dat Franse moslima’s sinds het boerkaverbod allemaal thuis zitten: http://www.guardian.co.uk/world/2011/sep/19/battle-for-the-burqa
[1] Ik vind deze inperking van de vrijheid van godsdienst overigens nog ernstiger dan het verbod op onverdoofde slachts. In het laatste geval kan men immers nog beluisten om noodgedwongen vegetariër te worden omdat religieuze boeken niemand verplichten om vlees te eten, bij het verbod op een boerka wordt het vroom leven de vrouw onmogelijk gemaakt.
Vind ik leuk:
Wees de eerste om post te waarderen.
Ik vraag mij af of ergens in de koran te vinden is, dat fatsoenlijke kleding voor de vrouw een boerka moet zijn. Dat wordt er van gemaakt. Het kan goed zijn, dat een vrouw van haar man niet meer buiten de deur mag komen. Haar huis wordt haar gevangenis.
Anderzijds ben ik geneigd om te kijken, welke resultaten een boerkaverbod gaat opleveren. Misschien pikken ze het gewoon. Want ik moet zeggen, dat ik het geen prettig gezicht vind.
1. Er staat nergens in de Koran dat vrouwen een boerka moeten dragen. Wel dienen ze hun haren en hals te bedekken. Een boerka is een symptoom van orthodoxie, vaak door de vrouwen vrijwillig gedragen. Ja, ik was tegen het onverdoofd slachten omdat hier het dier boven de mens geplaatst wordt. Ik ben voor een boerkaverbod. Mijn bezwaar tegen een boerka is, dat je niet ziet wie eronder zit.
2. Uw een na laatste alinea getuigt van heel veel optimisme en weinig werkelijkheidszin. Mensen die uit een ander land komen, leggen vaak heel sterk de nadruk op hun eigen cultuur en zetten zich af tegen de in dat in dat land geldende cultuur. Ik heb dit ook gezien bij niet-geïntegreerde Nederlanders in Nieuw-Zeeland. Dit geldt met name voor de eerste generatie. Bij volgende generaties wordt dit steeds minder. In Nederland is het zo dat iemand van de tweede generatie (meestal) trouwt met iemand die kersvers uit het land van herkomst komt. Dat is dus een eerste generatie. De kinderen hiervan zijn dus van de tweede generatie. Op deze manier komen we nooit verder dan een tweede generatie. En zal er dus van integratie weinig sprake zijn.